Werkvolgorde

 

1. Spitten

U begint met de grond te spitten. Bij vernieuwing/vervanging van het gazon dienen de oude zoden verwijderd te worden, heel veel mensen doen dit niet omdat het niet het leukste werk is en het brengt veel afval met zich mee. Dit is wel echt het beste, want anders krijgt u na een tijd altijd verzakkingen.
Bij een nieuw gazon is het verstandig de ondergrond eerst ongeveer 35 cm diep los te maken.
U kunt de voedingstoestand van de bodem vervolgens verbeteren door er daarna een laagje
kunstmest (npk), potgrond of bemeste tuinaarde over te strooien. Deze bemesting moet goed door de bovenste 10 cm van de losgemaakte grond worden gemengd om verbranding van de jonge wortels te voorkomen. Voor advies omtrent de juiste bemesting voor uw tuin zijn we u graag van dienst.

2. Egaliseren


Voor het leggen van de graszoden moet de ondergrond voldoende vast en volkomen egaal en vlak zijn. Werken in natte grond is schadelijk. Wacht dus tot de grond voldoende droog is. Bij voorkeur door voetje voor voetje aanlopen (snelste en beste manier), maar ook door rollen wordt de ondergrond vastgedrukt. Een goed aangedrukte grond is de basis voor een mooi gazon. Doet u dit niet dan zakt de grond bij regenval in, wat later een onregelmatig gazon zou geven. Daarna kan het met een hark geëgaliseerd worden, maar het beste resultaat krijgt u door met een plank de grond te schaven: dit wordt afrijen genoemd. Afrijen voorkomt putten, bulten en een slechte, oneffen maaihoogte. Na het afrijen licht losharken. Loop niet meer op het oppervlak. Nu kunnen de graszoden uitgerold worden.

Opmerking: Gebruik voor het egaliseren en aantrappen nooit een trilplaat. Met een trilplaat wordt de bodem volkomen dicht en zullen de zoden niet vastgroeien.

3. Graszoden uitrollen

Tijdens alle bewerkingen mag de grond wel iets vochtig zijn, maar niet te nat. Op een dichtgesmeerde grond zullen de zoden moeilijk aanslaan. Wacht dus tot de grond voldoende opgedroogd is. Rol de zoden zo snel mogelijk na ontvangst zo uit, dat deze strak tegen elkaar komen te liggen. Langs de omtrek van het gazon de zijkanten aanvullen met grond, om uitdroging van de randen te voorkomen. Bij warm en zonnig weer meteen al water geven!

4. Aanrollen en sproeien

Na het leggen van de zoden is stevig aanrollen of aankloppen belangrijk om goed contact met de ondergrond te krijgen. Na het aandrukken dient u de zoden goed nat te maken. Bij zonnig weer zeker niet tot ‘s avonds wachten! Veel water geven zolang de zoden nog niet vastgegroeid zijn, is bepalend voor het succes. De eerste paar weken is het nodig om 2 á 3 keer per dag de sproeier te gebruiken. Het gras heeft dit (vooral in de felle zon) hard nodig. ‘s Nachts verdrogen de zoden niet.

5. Maaien

Vier tot zes weken na het uitrollen zijn de zoden vastgegroeid. Het gevaar van uitdrogen is dan veel minder groot. Vanaf nu is het bij droogte beter een aantal keer per week ‘s avonds te sproeien. Afhankelijk van het jaargetijde zal er vrij snel na het leggen gemaaid moeten worden. Meestal is dat al na 10 dagen het geval. De maaimachine moet scherp en op de juiste maaihoogte afgesteld zijn. Siergazons worden gemaaid op 2 à 3 cm hoogte en speelgazons op 3 à 4 cm hoogte.

6. Ten slotte…..

De eerste maand dient het gazon of speelveld nog voorzichtig te worden behandeld. Loop de eerste weken dus zo weinig mogelijk op het gazon. De zoden moeten namelijk eerst stevig op de ondergrond vastgegroeid zijn.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe gazon toe!